Waarom kiezen Europese leiders voor een steeds hardere confrontatie met Rusland?
Een beschouwing naar aanleiding van het gesprek tussen professor Richard D. Wolff en professor Glenn Diesen — over koloniale erfenissen, economische verzwakking, Amerikaanse terugtrekking, China, BRICS, herbewapening en het gevaar van nucleaire escalatie.
1. De wereld waarin Europa groot werd bestaat niet meer
Wolff begint zijn analyse niet in 2022, maar veel eerder. Volgens hem kan de huidige Europese houding tegenover Rusland alleen worden begrepen tegen de achtergrond van vier à vijf eeuwen Europese dominantie. Europese staten beheersten handelsroutes, koloniale gebieden, grondstoffenstromen en financiële netwerken. Het continent kon daardoor een machtspositie opbouwen die veel groter was dan zijn eigen geografische omvang of grondstoffenbasis zou doen vermoeden.
Van centrum van de wereld naar één van meerdere polen
Die positie erodeerde in verschillende fasen: de dekolonisatie, de opkomst van de Verenigde Staten, de wederopbouw en emancipatie van Azië, de groei van China en uiteindelijk de steeds zelfstandigere positie van wat tegenwoordig vaak het Global South wordt genoemd. Wolff ziet hierin geen tijdelijke economische dip, maar een fundamentele machtsverschuiving.
De kern van Wolffs historische redenering
Europa verloor niet alleen koloniën. Het verloor geleidelijk ook het vanzelfsprekende vermogen om de voorwaarden van wereldhandel, grondstoffenvoorziening en internationale politiek te dicteren.
2. België en Congo: Wolffs meest tastbare voorbeeld
Om zijn stelling voelbaar te maken gebruikt Wolff België als extreem voorbeeld. België is geografisch klein en beschikt niet over uitzonderlijke natuurlijke rijkdommen. Toch kon het in de koloniale periode profiteren van Congo, een gebied met enorme minerale rijkdommen, landbouwpotentieel en een groot riviersysteem.
Wolffs punt is niet dat de gehele Belgische welvaart uitsluitend uit Congo voortkwam. Zijn voorbeeld moet aantonen hoe een Europese staat gedurende lange tijd toegang kon hebben tot rijkdommen en productiemogelijkheden die ver buiten het eigen grondgebied lagen. Het verlies van zo'n imperiale achtertuin verandert volgens hem uiteindelijk ook de economische ruimte van het moederland.
Een noodzakelijke nuancering
Europese naoorlogse welvaart kan niet uitsluitend uit koloniale exploitatie worden verklaard. Productiviteitsgroei, technologie, onderwijs, handel, industrie, de Europese interne markt en sociale instituties waren eveneens essentieel. Wolffs koloniale these is daarom een interpretatiekader — geen volledige economische verklaring.
3. Duitsland na 1918: economische vernedering en vijandbeelden
Een tweede historisch voorbeeld dat Wolff gebruikt is Duitsland na de Eerste Wereldoorlog. Duitsland verloor de oorlog en zijn koloniën, kreeg te maken met herstelbetalingen, hyperinflatie en vervolgens de Grote Depressie. Wolff verbindt die opeenstapeling van economische trauma's met de politieke radicalisering die uiteindelijk Hitler mogelijk maakte.
Hij trekt vervolgens een gevaarlijke maar prikkelende historische parallel: samenlevingen die hun vroegere macht verliezen kunnen vatbaar worden voor een politiek verhaal waarin een externe vijand verantwoordelijk wordt gemaakt voor interne achteruitgang. In het Duitsland van de jaren dertig werd Bolsjewistisch Rusland een van de centrale vijandbeelden en werd de verovering van ruimte in het Oosten onderdeel van Hitlers imperiale fantasie.
Die vergelijking betekent nadrukkelijk niet dat hedendaagse Europese regeringen gelijkgesteld kunnen worden aan het naziregime. De bruikbare vraag is veel smaller: kan verlies van economische en geopolitieke positie een politiek klimaat bevorderen waarin externe dreigingen groter en absoluter worden voorgesteld?
4. Europa na 1945: junior partner van de Verenigde Staten
Na de Tweede Wereldoorlog koos West-Europa voor nauwe economische, politieke en militaire integratie met de Verenigde Staten. Wolff beschrijft dit als de rol van junior partner. In de wederopbouwperiode werkte dat model goed. Europa bouwde sterke industrieën op, ontwikkelde een omvangrijke verzorgingsstaat en vond hoogwaardige niches in de wereldeconomie.
Hij noemt auto's van Volkswagen, Fiat en Renault, de Franse en Italiaanse luxe-industrie, toerisme en hoogwaardige productie. Gedurende enkele decennia combineerde Europa Amerikaanse veiligheidsgaranties met relatief goedkope energie, eigen industriële competentie en toegang tot wereldmarkten.
Maar de beschermheer verandert
De Amerikaanse rol als beschermer van Europa is nog steeds institutioneel verankerd in de NAVO, maar de verhouding verandert. Washington dringt al jaren aan op meer Europese verantwoordelijkheid. Op de NAVO-top van Den Haag in 2025 spraken de bondgenoten af om uiterlijk in 2035 jaarlijks 5 procent van het bbp aan defensie en defensiegerelateerde veiligheid te besteden, waarvan ten minste 3,5 procent aan kernvereisten voor defensie.
Dat ondersteunt een belangrijk deel van Wolffs diagnose: Europa kan er minder vanzelfsprekend van uitgaan dat de Verenigde Staten de Europese veiligheidsrekening blijven dragen. Het bewijst echter niet dat Amerika Europa verlaat. Het wijst vooral op een verschuiving naar lastendeling, strategische prioritering en grotere Europese verantwoordelijkheid.
5. Een continent met structurele kwetsbaarheden
De economische kwetsbaarheid van Europa is concreet. Volgens Eurostat werd in 2024 ongeveer 57 procent van de energiebehoefte van de EU door netto-import gedekt. Tegelijk erkent de Europese Commissie dat de Unie voor veel kritieke grondstoffen sterk afhankelijk is van derde landen. Voor sommige materialen is die afhankelijkheid uitzonderlijk geconcentreerd.
China is bovendien de grootste herkomstmarkt van EU-goederenimporten. Dat betekent niet dat Europa geen maakindustrie meer heeft — Duitsland, Italië, Frankrijk, Nederland en andere landen bezitten nog steeds belangrijke industriële sectoren — maar wel dat Europese productie is verweven geraakt met internationale toeleveringsketens waarin China een dominante rol speelt.
De strategische driehoek
Energie: Europa importeert een groot deel van zijn energie.
Grondstoffen: voor veel kritieke mineralen is de afhankelijkheid van derde landen groot.
Industrie: Europese productie concurreert met en is tegelijk afhankelijk van Chinese industriële ketens.
6. Waarom dan juist Rusland als vijand?
Hier begint Wolffs meest controversiële stelling. Hij vraagt waarom Europese leiders, juist in een periode van economische onzekerheid, zoveel politieke energie investeren in het demoniseren en militair indammen van Rusland.
In zijn interpretatie vervult Rusland twee functies. Ten eerste biedt een externe dreiging politieke samenhang: regeringen kunnen zich presenteren als beschermers van hun bevolking. Ten tweede vertegenwoordigt Rusland enorme geografische ruimte, energie, grondstoffen en verbindingen met Azië — precies de factoren waaraan Europa gebrek heeft.
Wolff gaat zeer ver en spreekt zelfs over een Europese fantasie van een verslagen en uiteindelijk opgebroken Rusland. Dat is zijn interpretatie en moet ook als zodanig worden gelezen. Er is geen bewijs dat Europese regeringen gezamenlijk een plan hebben om Rusland territoriaal te verdelen.
Wat is feit, wat is interpretatie?
Feit: Rusland viel Oekraïne in februari 2022 grootschalig binnen en Europese regeringen beschouwen dat als een fundamentele veiligheidsbreuk.
Feit: Europa verhoogt zijn defensie-uitgaven sterk en ondersteunt Oekraïne.
Interpretatie van Wolff: achter die politiek ligt óók angst voor Europese neergang en de behoefte aan een extern vijandbeeld.
Open vraag: in welke mate is de confrontatie een reactie op Russische militaire macht, en in welke mate versterkt het Europese beleid zelf de veiligheidsdynamiek?
7. Rusland is niet meer de Sovjet-Unie
Een belangrijk element in onze eigen beschouwing is dat het Europese vijandbeeld nog vaak wordt gekleurd door herinneringen aan de Sovjet-Unie. Dat verdient aandacht. De Russische Federatie is geen communistische staat en de ideologische wereldstrijd tussen kapitalisme en communisme bestaat in die vorm niet meer.
Rusland is een autoritair bestuurde kapitalistische staat met een eigen politieke, orthodox-christelijke, seculiere en Euraziatische traditie. Het land bezit een rijke literaire, wetenschappelijke en culturele beschaving. Wie Rusland uitsluitend door de lens van Stalin, de KGB of de Koude Oorlog bekijkt, mist een aanzienlijk deel van die werkelijkheid.
Daar staat tegenover dat het eveneens te eenvoudig is om hedendaags Rusland uitsluitend als miskende partner te zien. De oorlog tegen Oekraïne, politieke repressie en Russische veiligheids- en invloedspolitiek zijn reële factoren die Europese angst verklaren. Een volwassen analyse moet daarom twee gedachten tegelijk kunnen vasthouden: Rusland vormt op onderdelen een veiligheidsrisico, maar dat maakt permanente vijandschap nog niet tot een verstandig Europees toekomstmodel.
8. De gemiste jaren negentig
Diesen benadrukt in het gesprek dat de jaren negentig een uitzonderlijk moment vormden. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie zocht Rusland economische en politieke aansluiting bij het Westen. Tegelijk bleef de NAVO bestaan en breidde het bondgenootschap later uit naar Midden- en Oost-Europa.
Voor veel Midden- en Oost-Europese landen was NAVO-lidmaatschap juist een zelfgekozen veiligheidsanker na decennia Sovjetdominantie. Vanuit Moskou werd dezelfde uitbreiding steeds meer als strategische omsingeling ervaren. Beide perspectieven bestaan naast elkaar. Het falen lag uiteindelijk in het ontbreken van een veiligheidsarchitectuur die door zowel Rusland als de landen tussen Duitsland en Rusland als duurzaam legitiem werd ervaren.
De gemiste vraag
Na 1991 was de centrale vraag niet alleen: wie mag lid worden van de NAVO?
De grotere vraag was: hoe bouwen we een veiligheidsorde waarin Rusland én zijn kleinere buurlanden zich veilig genoeg voelen om niet voortdurend tegen elkaar te bewapenen?
9. BRICS en de terugkeer van de multipolaire wereld
De opkomst van China, India en andere niet-westerse economieën verandert de machtsverhoudingen. BRICS is daarvan het zichtbaarste politieke symbool. De wereld beweegt niet eenvoudig van Amerikaanse hegemonie naar Chinese hegemonie, maar naar een ingewikkelder systeem met meerdere economische en politieke centra.
Voor Europa betekent dit dat de oude strategie — automatisch aansluiten bij één dominante beschermheer — minder vanzelfsprekend wordt. Een continent met weinig eigen grondstoffen maar veel kennis, infrastructuur en koopkracht heeft juist belang bij relaties met meerdere machtscentra.
Daar ligt een van de sterkste onderdelen van Diesens en Wolffs betoog: Europa zou zijn geografische positie niet alleen als militaire frontlijn, maar ook als economische brug tussen Atlantische en Euraziatische werelden kunnen zien.
10. Het alternatief van Wolff: samenwerking met Rusland
Wolff schetst een scenario waarin met name Duitsland zijn relatie met Rusland herstelt. Hij noemt toegang tot goedkopere energie, Duitse industriële kennis en investeringen in de ontwikkeling van Russisch grondgebied en infrastructuur. In zijn denkbeeldige model zouden gezamenlijke ondernemingen ontstaan waarbij Rusland controle houdt en Europese industrie participeert.
Het is speculatief, maar strategisch interessant. Het uitgangspunt is dat Europa Rusland niet verovert of isoleert, maar een wederzijds economisch belang creëert waardoor oorlog voor beide zijden kostbaarder en samenwerking aantrekkelijker wordt.
En China?
Volgens Wolff zou China zo'n herschikking eerder kunnen ondersteunen dan blokkeren. China heeft belang bij stabiele Euraziatische handelsroutes en bij markten voor auto's, zonnepanelen, elektronica en industriële technologie. Europa zou daarmee niet “voor Rusland en tegen China” hoeven kiezen. Het zou juist een zelfstandiger positie tussen de grote machtsblokken kunnen ontwikkelen.
11. De prijs van herbewapening
Wolff verwacht dat de Europese herbewapening onvermijdelijk botsingen zal veroorzaken over de verzorgingsstaat. Dat is een belangrijke maar niet automatische gevolgtrekking. Hogere defensie-uitgaven kunnen worden betaald uit hogere belastingen, extra schulden, economische groei, andere prioriteiten of bezuinigingen. Welke combinatie wordt gekozen is een politieke beslissing.
Wel is de orde van grootte relevant. Wanneer landen structureel enkele procentpunten van hun nationale inkomen extra aan defensie en veiligheid besteden, ontstaat onvermijdelijk druk op de rest van de begroting. Daardoor komt de vraag op tafel die Wolff centraal stelt: welke prijs is Europa bereid te betalen voor militaire veiligheid, en wat gebeurt er wanneer burgers die rekening verbinden met verslechterende publieke voorzieningen?
Economische stagnatie en onzekerheid
↓
Grotere veiligheidsuitgaven
↓
Druk op begroting en politieke keuzes
↓
Maatschappelijke polarisatie
↓
Roep om een andere Europese koers
12. De tegenbeweging binnen Europa
Wolff en Diesen zien in verschillende Europese landen politieke bewegingen die de bestaande koers afwijzen. Die bewegingen lopen ideologisch sterk uiteen. Sommige bevinden zich rechts, andere links; sommige zijn nationalistisch, andere economisch-socialistisch. Hun gemeenschappelijke noemer is eerder verzet tegen de bestaande elite en tegen een buitenlandse politiek die als te Atlantisch, te militair of te kostbaar wordt ervaren.
Daaruit volgt niet dat iedere oppositiebeweging automatisch een geloofwaardig vredesprogramma heeft. Evenmin betekent kritiek op sancties of NAVO-beleid dat Russische belangen kritiekloos moeten worden gevolgd. De belangrijke ontwikkeling is dat de consensus over permanente confrontatie niet onaantastbaar is.
13. Sancties, oorlog en het Handvest van de Verenigde Naties
Deze beschouwing legt terecht de nadruk op een beginsel dat na twee wereldoorlogen centraal werd gesteld: internationale conflicten moeten zoveel mogelijk via vreedzame middelen worden opgelost. Het VN-Handvest verplicht staten geschillen vreedzaam te regelen en verbiedt in beginsel de dreiging met of het gebruik van geweld tegen de territoriale integriteit of politieke onafhankelijkheid van staten, behoudens de uitzonderingen die het Handvest zelf kent.
Dat beginsel geldt voor iedereen — ook voor Rusland. De Russische invasie van Oekraïne kan dus niet eenvoudig worden weggepoetst door te verwijzen naar voorafgaande spanningen of fouten van NAVO-landen. Tegelijk ontslaat die invasie Europese regeringen niet van de plicht om voortdurend te onderzoeken of diplomatie, onderhandelingen, wapenbeheersing en een nieuwe veiligheidsarchitectuur een uitweg kunnen bieden.
Diplomatie is geen capitulatie
Onderhandelen betekent niet dat de ene partij de lezing van de andere accepteert. Diplomatie begint juist wanneer partijen fundamenteel van mening verschillen. In een nucleair tijdperk is het onderhouden van communicatie met een tegenstander geen teken van zwakte, maar een veiligheidsinstrument.
14. De nucleaire grens
Hier wordt de discussie existentieel. Rusland en de Verenigde Staten bezitten samen ongeveer 83 procent van alle kernkoppen die volgens SIPRI begin 2026 in militaire voorraden beschikbaar waren. SIPRI waarschuwt bovendien dat de rol van kernwapens in nationale strategieën weer toeneemt terwijl het risico van misrekening en escalatie groeit.
Een rechtstreekse oorlog tussen NAVO-landen en Rusland is daarom principieel anders dan een conventioneel conflict tussen niet-nucleaire staten. Escalatie kan ontstaan door een verkeerde interpretatie van een aanval, een aanval op commandostructuren, het gebruik van langeafstandswapens, cyberoperaties, incidenten rond kerninstallaties of de overtuiging dat de tegenstander op het punt staat een beslissende aanval uit te voeren.
Nucleaire afschrikking is ontworpen om oorlog te voorkomen doordat de kosten onaanvaardbaar zijn. Maar hetzelfde systeem bevat een paradox: hoe dichter twee nucleaire machten militair bij elkaar komen, hoe groter het belang van foutloze besluitvorming — terwijl oorlog juist wordt gekenmerkt door onvolledige informatie, tijdsdruk en misverstanden.
De fundamentele veiligheidsvraag
De relevante vraag is niet alleen of Rusland of de NAVO bewust een kernoorlog wil. Veel belangrijker is of een langdurig proces van conventionele escalatie een situatie kan creëren waarin leiders denken dat zij geen aanvaardbare andere keuze meer hebben.
15. Wat Wolffs these verklaart — en wat niet
Wolffs analyse is krachtig omdat hij het debat uit de dagelijkse nieuwslogica haalt. Hij vraagt niet alleen wie welke raket afvuurt, maar welke historische en economische krachten het gedrag van staten bepalen. Zijn nadruk op koloniale erfenis, economische relatieve neergang, Amerikaanse machtsverschuiving en Chinese concurrentie biedt een samenhangend perspectief.
Maar het model heeft grenzen. Het risico is dat alle Europese veiligheidszorgen worden teruggebracht tot economische paniek of elitebelang. Dat doet onvoldoende recht aan de ervaring van Polen, de Baltische staten, Finland en andere landen die Russische of Sovjetmacht historisch zeer direct hebben ervaren. Evenmin kan uit Russische economische beperkingen worden afgeleid dat militaire escalatie onmogelijk is.
De waarde van Wolffs betoog ligt daarom niet in het leveren van één sluitende verklaring, maar in het openen van een verdrongen vraag: wat als Europa zijn eigen economische en geopolitieke verzwakking ten onrechte probeert op te lossen door een steeds hardere militaire identiteit op te bouwen?
16. Een andere Europese strategie
Een alternatieve koers hoeft niet neer te komen op naïviteit tegenover Moskou. Zij kan juist uit vijf stevige pijlers bestaan: geloofwaardige defensie; heropening van diplomatieke kanalen; nieuwe conventionele en nucleaire wapenbeheersing; geleidelijke economische samenwerking waar wederzijds veilig; en een Europees industrie- en energiebeleid dat afhankelijkheid van één externe macht vermindert.
Zo'n strategie behandelt Rusland niet als vriend of vijand “voor altijd”, maar als permanente buur. Zij behandelt China niet uitsluitend als bedreiging of markt, maar als een machtscentrum waarmee Europa belangen zal moeten uitonderhandelen. En zij behandelt de Verenigde Staten als bondgenoot, zonder ervan uit te gaan dat Europese en Amerikaanse belangen altijd identiek zijn.
Van frontgebied naar scharniercontinent
De geografische ligging van Europa kan een zwakte zijn wanneer het continent zichzelf uitsluitend ziet als westelijke frontlinie tegen Rusland. Dezelfde ligging kan een kracht worden wanneer Europa verbindingen onderhoudt met Noord-Amerika, Rusland, Centraal-Azië, het Midden-Oosten, India en China.
17. Wake-up call: welvaart vraagt meer dan bewapening
Europa kan zijn welvaart niet veiligstellen met militaire uitgaven alleen. Welvaart wordt voortgebracht door energie, grondstoffen, technologie, onderwijs, kapitaal, ondernemerschap, infrastructuur, sociale stabiliteit en toegang tot markten. Defensie kan die voorwaarden beschermen, maar kan ze niet vervangen.
Daarom is het gevaarlijk wanneer veiligheidsbeleid het volledige toekomstbeleid wordt. Een samenleving die miljarden kan mobiliseren voor wapens moet ook kunnen investeren in energiezekerheid, onderzoek, industrie, woningbouw, gezondheidszorg, sociale cohesie en diplomatie.
Conclusie — Europa moet opnieuw leren kiezen
De wereld is veranderd. De eeuwen van vanzelfsprekende Europese hegemonie zijn voorbij. De Amerikaanse bescherming is niet verdwenen, maar wordt voorwaardelijker en kostbaarder. China is een industriële supermacht. Rusland blijft ondanks oorlog, sancties en interne problemen een enorme Euraziatische staat met grondstoffen, energie, militair vermogen en een kernwapenarsenaal. BRICS en de landen van het Global South eisen meer ruimte in het internationale systeem.
In zo'n wereld kan Europa twee kanten op. Het kan proberen zijn oude positie te behouden door blokvorming, sancties, herbewapening en permanente confrontatie. Of het kan accepteren dat een multipolaire wereld andere vaardigheden vraagt: strategische autonomie, handel met meerdere machtscentra, sterke eigen industrie, defensie zonder oorlogsromantiek en diplomatie met staten waarvan wij de politiek niet delen.
Wolffs analyse hoeft niet in ieder detail gelijk te hebben om één essentiële waarschuwing serieus te nemen. Een continent dat zijn relatieve achteruitgang niet begrijpt, loopt het risico zijn geopolitieke angst te verwarren met strategie.
De verstandigste Europese koers is daarom niet onderwerping aan Rusland, China of de Verenigde Staten. Het is evenmin een terugkeer naar een verdwenen imperiale wereld. De opdracht is moeilijker: een zelfstandig Europa dat zijn eigen belangen definieert, militaire macht begrenst door diplomatie en beseft dat duurzame veiligheid uiteindelijk alleen kan bestaan wanneer ook de tegenstander een uitweg uit de confrontatie heeft.