Stikstof is niet één stof. Het element stikstof,
aangeduid met de letter N, komt voor in verschillende
chemische verbindingen. Het grootste deel van de lucht (circa 80%) bestaat uit
moleculair stikstofgas, N2. Dit gas is door zijn sterke
drievoudige binding betrekkelijk weinig reactief. De milieuproblemen
ontstaan vooral wanneer N2 wordt omgezet in
reactieve stikstofverbindingen, zoals ammoniak,
ammonium, stikstofoxiden, nitriet en nitraat.
Vereenvoudigde kringloop van reactieve stikstof
N2
stikstofgas
→
NH3 / NH4+
ammoniak en ammonium
→
NO2−
nitriet
→
NO3−
nitraat
→
N2O / N2
lachgas en stikstofgas
1. Vastlegging van stikstof uit de lucht
Biologische stikstoffixatie
Van stikstofgas naar ammoniak
```
Bepaalde bacteriën, onder andere bacteriën die in wortelknolletjes
van vlinderbloemige planten leven, kunnen stikstofgas uit de lucht
omzetten in ammoniak.
N2 + 8 H+ + 8 e−
→ 2 NH3 + H2
In een vochtige bodem neemt ammoniak gemakkelijk een proton op en
ontstaat ammonium:
NH3 + H2O
⇌ NH4+ + OH−
Betekenis: ammonium is een voedingsstof die planten
kunnen opnemen. Stikstoffixatie maakt atmosferische stikstof daarmee
biologisch beschikbaar.
```
Industriële stikstoffixatie; - kunstmest
Het Haber-Boschproces
```
Bij de productie van kunstmest wordt stikstofgas onder hoge druk en
temperatuur met waterstof verbonden. Hierbij ontstaat ammoniak.
N2 + 3 H2
⇌ 2 NH3
Uit ammoniak worden onder meer ammoniumnitraat en ureum geproduceerd.
NH3 + HNO3
→ NH4NO3
2 NH3 + CO2
→ CO(NH2)2 + H2O
Betekenis: kunstmest verhoogt de voedselproductie,
maar voegt grote hoeveelheden reactieve stikstof aan de natuurlijke
kringloop toe.
```
2. Dierlijke mest, ureum en ammoniak
Ureumafbraak
Van urine naar ammoniak
```
Ureum uit urine wordt door het enzym urease afgebroken. Daarbij
ontstaan ammoniak en koolstofdioxide.
CO(NH2)2 + H2O
→ 2 NH3 + CO2
In mest en bodem bestaat vervolgens een evenwicht tussen ammonium
en gasvormige ammoniak:
NH4+
⇌ NH3 + H+
Milieueffect: bij een hogere pH en hogere temperatuur
verschuift het evenwicht meer in de richting van gasvormig
NH3. Dit kan uit stallen, mestopslag en uitgereden mest
naar de atmosfeer ontsnappen.
```
Ammoniakdepositie
Terugkeer naar bodem en natuur
```
Ammoniak kan rechtstreeks op planten en bodem neerslaan. Het kan in
de lucht ook reageren met salpeterzuur of zwavelzuur en daarbij
ammoniumzouten vormen.
NH3 + HNO3
→ NH4NO3
2 NH3 + H2SO4
→ (NH4)2SO4
Milieueffect: ammoniumnitraat en ammoniumsulfaat
kunnen onderdeel worden van fijnstof. Na depositie brengen deze
stoffen extra stikstof in natuurgebieden.
```
3. Nitrificatie: ammonium wordt nitraat
Stap 1
Oxidatie van ammonium tot nitriet
```
In zuurstofrijke bodem zetten micro-organismen ammonium eerst om
in nitriet.
NH4+ + 1½ O2
→ NO2− + 2 H+ + H2O
Milieueffect: bij deze reactie ontstaan
H+-ionen. Deze dragen bij aan verzuring van de bodem.
```
Stap 2
Oxidatie van nitriet tot nitraat
```
NO2− + ½ O2
→ NO3−
De totale netto-reactie kan worden geschreven als:
NH4+ + 2 O2
→ NO3− + 2 H+ + H2O
Milieueffect: nitraat is goed oplosbaar en wordt
nauwelijks door bodemdeeltjes gebonden. Daardoor kan het gemakkelijk
uitspoelen naar grond- en oppervlaktewater.
```
4. Bodemverzuring
Chemisch gevolg
Waterstofionen verlagen de pH
De tijdens nitrificatie gevormde waterstofionen kunnen reageren met
bufferende mineralen in de bodem. Kalk neutraliseert een deel van
deze verzuring:
CaCO3 + 2 H+
→ Ca2+ + CO2 + H2O
Wanneer de natuurlijke buffervoorraad afneemt, daalt de pH. Daarbij
kunnen voedingsstoffen zoals calcium, magnesium en kalium uitspoelen.
Ook kan aluminium uit bodemmineralen vrijkomen.
Al(OH)3 + 3 H+
→ Al3+ + 3 H2O
Ecologisch effect: een hoge concentratie opgelost
Al3+ kan schadelijk zijn voor plantenwortels en het
bodemleven. Tegelijkertijd verandert de beschikbaarheid van mineralen
en voedingsstoffen.
5. Uitspoeling van nitraat
Grondwater
Nitraat beweegt met het bodemwater mee
```
Omdat nitraat negatief geladen en goed oplosbaar is, wordt het
relatief zwak aan bodemdeeltjes gebonden. Bij neerslag kan het naar
diepere bodemlagen en het grondwater worden afgevoerd.
NO3−(bodemwater)
→ NO3−(grondwater)
Milieueffect: verhoogde nitraatconcentraties kunnen
de kwaliteit van grondwater en drinkwaterbronnen aantasten.
```
Oppervlaktewater
Afspoeling naar sloten, meren en zee
```
Nitraat en organische stikstof kunnen via drainage, afstroming en
grondwater in sloten, rivieren, meren en kustwateren terechtkomen.
organische N → NH4+
→ NO2−
→ NO3−
Milieueffect: het water ontvangt hierdoor meer
voedingsstoffen dan het natuurlijke ecosysteem kan verwerken.
```
6. Vermesting en eutrofiëring
Nutriëntenoverschot
Extra stikstof versnelt de productie van biomassa
Planten en algen gebruiken ammonium en nitraat voor de vorming van
aminozuren, eiwitten, bladgroen en DNA. Een zeer vereenvoudigde
assimilatiereactie is:
NO3−
→ NO2−
→ NH4+
→ organische stikstof
Bij voldoende licht, koolstofdioxide en andere voedingsstoffen kan
extra stikstof leiden tot sterke groei van algen en snelgroeiende
planten.
CO2 + H2O + licht + nutriënten
→ biomassa + O2
Wanneer de gevormde biomassa afsterft, wordt deze door bacteriën
afgebroken. Daarbij wordt zuurstof verbruikt:
organische stof + O2
→ CO2 + H2O + mineralen
Ecologisch effect: overmatige algengroei kan gevolgd
worden door zuurstoftekort. Waterplanten verdwijnen door lichtgebrek,
terwijl vissen en bodemdieren kunnen sterven door een gebrek aan
opgeloste zuurstof.
7. Verandering van natuur en biodiversiteit
Stikstof werkt niet rechtstreeks als een algemeen “gif” voor alle
planten. Het verandert vooral de concurrentieverhoudingen. Soorten die
snel reageren op extra voedingsstoffen, zoals bepaalde grassen en
brandnetels, kunnen langzaam groeiende planten verdringen die zijn
aangepast aan voedselarme omstandigheden.
Voedselarme ecosystemen
Heide, schrale graslanden, duinen, hoogvenen en sommige bossen zijn
ontstaan onder voedselarme omstandigheden. Extra stikstof kan daar
leiden tot een dichtere en hogere vegetatie.
```
Kleine kruiden, mossen en korstmossen ontvangen minder licht en
ruimte. Daardoor verandert ook het leefgebied van insecten, vogels
en andere dieren.
```
Combinatie van vermesting en verzuring
Ammoniak- en stikstofoxidedepositie voegen voedingsstoffen toe,
terwijl omzetting van ammonium tegelijkertijd de bodem kan verzuren.
```
NH4+ + 2 O2
→ NO3− + 2 H+ + H2O
Het ecosysteem wordt dus niet alleen voedselrijker, maar kan ook
zuurder worden en mineralen verliezen.
```
8. Stikstofoxiden uit verbranding
Hoge temperatuur
Vorming van stikstofmonoxide
```
In motoren, ovens en elektriciteitscentrales kunnen stikstof en
zuurstof uit de lucht bij hoge temperatuur reageren.
N2 + O2
→ 2 NO
Stikstofmonoxide reageert in de atmosfeer verder tot
stikstofdioxide:
2 NO + O2
→ 2 NO2
```
Atmosferische omzetting
Vorming van salpeterzuur
```
Stikstofdioxide wordt via atmosferische reacties omgezet in
salpeterzuur. Een vereenvoudigde reactie is:
4 NO2 + O2 + 2 H2O
→ 4 HNO3
Salpeterzuur kan dissociëren:
HNO3
→ H+ + NO3−
Milieueffect: deze omzetting draagt bij aan zure
depositie en brengt nitraat in bodem en water.
```
9. Stikstofoxiden en ozonvorming
Fotochemische smog
Vorming van ozon nabij het aardoppervlak
Onder invloed van zonlicht kan stikstofdioxide uiteenvallen:
NO2 + licht
→ NO + O
Het vrije zuurstofatoom reageert vervolgens met zuurstof:
O + O2
→ O3
Zonder andere luchtverontreinigende stoffen kan ozon opnieuw met
stikstofmonoxide reageren:
O3 + NO
→ NO2 + O2
Milieueffect: in aanwezigheid van vluchtige
organische stoffen kan de kringloop worden verstoord en kan ozon zich
ophopen. Ozon op leefniveau kan luchtwegen, bladeren en gewassen
beschadigen.
10. Denitrificatie: nitraat terug naar de atmosfeer
Zuurstofarme bodem
Microbiële afbraak van nitraat
In natte of zuurstofarme bodems gebruiken bepaalde bacteriën nitraat
in plaats van zuurstof. De omzetting verloopt via meerdere stappen:
NO3−
→ NO2−
→ NO
→ N2O
→ N2
Een vereenvoudigde totaalreactie met organische stof als
elektronenbron kan worden weergegeven als:
4 NO3− + 5 CH2O + 4 H+
→ 2 N2 + 5 CO2 + 7 H2O
Positief effect: wanneer de reactie volledig verloopt,
wordt reactief nitraat omgezet in betrekkelijk onschadelijk
stikstofgas, N2.
Ongewenst neveneffect: wanneer de omzetting
onvolledig verloopt, kan lachgas, N2O, ontsnappen.
11. Lachgas en klimaatverandering
Broeikasgas
Vorming tijdens microbiële processen
```
Lachgas kan als tussen- of bijproduct ontstaan bij zowel
nitrificatie als denitrificatie. De precieze reacties hangen af van
zuurstofgehalte, bodemvocht, temperatuur, pH en de beschikbare
hoeveelheid stikstof en organische stof.
NH4+
→ NO2−
→ N2O
NO3−
→ NO2−
→ NO → N2O → N2
```
Atmosfeer
Afbraak in de stratosfeer
```
Lachgas is relatief stabiel in de onderste atmosfeer. In de
stratosfeer kan het onder invloed van energierijke straling worden
afgebroken.
N2O + licht
→ N2 + O
Een deel reageert via tussenstappen tot stikstofmonoxide, dat
betrokken kan zijn bij de afbraak van ozon.
Milieueffect: N2O is een krachtig en
langlevend broeikasgas en beïnvloedt daarnaast de ozonlaag.
```
12. Anaerobe ammoniumoxidatie
Anammox
Ammonium en nitriet worden stikstofgas
In zuurstofarme waterbodems, sedimenten en technische
waterzuiveringsinstallaties kunnen gespecialiseerde bacteriën
ammonium rechtstreeks met nitriet laten reageren.
NH4+ + NO2−
→ N2 + 2 H2O
Betekenis: ook deze reactie verwijdert reactieve
stikstof uit water door het om te zetten in stikstofgas.
13. Samenvattend overzicht
| Stikstofvorm |
Formule |
Belangrijk proces |
Belangrijk milieueffect |
| Stikstofgas |
N2 |
Fixatie en denitrificatie |
Grotendeels inert reservoir in de atmosfeer |
| Ammoniak |
NH3 |
Verdamping uit mest en kunstmest |
Depositie, vermesting, verzuring en fijnstofvorming |
| Ammonium |
NH4+ |
Plantenopname en nitrificatie |
Voedingsstof; omzetting kan bodem verzuren |
| Stikstofmonoxide |
NO |
Verbranding en microbiële omzetting |
Voorloper van NO2 en ozonchemie |
| Stikstofdioxide |
NO2 |
Oxidatie van NO |
Luchtverontreiniging, ozonvorming en zure depositie |
| Nitriet |
NO2− |
Tussenproduct bij nitrificatie en denitrificatie |
Reactief tussenproduct in bodem en water |
| Nitraat |
NO3− |
Nitrificatie, plantenopname en uitspoeling |
Grondwaterbelasting en eutrofiëring |
| Lachgas |
N2O |
Nitrificatie en onvolledige denitrificatie |
Klimaatverandering en aantasting van de ozonlaag |
14. De kern van het stikstofvraagstuk
Het milieuprobleem wordt niet veroorzaakt door de grote hoeveelheid
N2 in de atmosfeer, maar door de omzetting naar
biologisch en chemisch actieve verbindingen.
Die reactieve verbindingen zijn noodzakelijk voor plantengroei en
voedselproductie. Wanneer echter meer reactieve stikstof wordt
aangevoerd dan planten, bodem en water kunnen opnemen, verspreidt het
overschot zich door de omgeving.
Dezelfde stikstof kan daarbij achtereenvolgens optreden als
NH3 in de lucht, NH4+ in de bodem,
NO3− in het grondwater en
N2O in de atmosfeer. Men spreekt daarom wel van een
stikstofcascade: één stikstofatoom kan na elkaar
verschillende milieueffecten veroorzaken voordat het uiteindelijk
weer als N2 naar de atmosfeer terugkeert.
Wetenschappelijke kanttekening: de weergegeven
vergelijkingen zijn vereenvoudigde netto-reacties. In bodem, water en
atmosfeer verlopen deze processen meestal via meerdere tussenreacties,
enzymen, radicalen en microbiële omzettingsroutes. De feitelijke
reactiesnelheid wordt onder meer bepaald door temperatuur, vocht,
zuurstof, zuurgraad, organische stof en de samenstelling van het
microbiële bodemleven.
Geraadpleegde achtergrondbronnen