Bezettingsgraad elektriciteitskabels

Zon, wind op land en wind op zee – piek-afregeling en kabelbenutting

Model

\[ \mathrm{CF}=\frac{H}{8760}, \qquad \overline{P}=P_\mathrm{rated}\,\mathrm{CF} \] \[ P_\mathrm{cable}=f\,P_\mathrm{rated}, \qquad P_\mathrm{curt,peak}=(1-f)\,P_\mathrm{rated} \] \[ U=\frac{\overline{P}}{P_\mathrm{cable}}=\frac{\mathrm{CF}}{f} \]

Uitleg van symbolen

\(H\) – Vollasturen per jaar (h/jaar)

\(P_\mathrm{rated}\) – Nominaal (piek)vermogen

\(\mathrm{CF}\) – Capaciteitsfactor

\(\overline{P}\) – Gemiddeld geleverd vermogen

\(f\) – Kabelfractie

\(P_\mathrm{cable}\) – Kabelcapaciteit

\(P_\mathrm{curt,peak}\) – Af te regelen piekvermogen

\(U\) – Gemiddelde kabelbenutting

8760 – Uren per jaar

.

Wind op land: 3 MW met 2200 en 2800 vollasturen.
Wind op zee: 5 MW met 3800 en 4400 vollasturen.

Als regel zul je het vermogen niet afknijpen (curtailen) via een beperking in de kabel-doorvoercapaciteit. Voor een goed beeld ga je uit van een kabelfractie van 100%. Dan zie je ook direct dat groene stroom – in het bijzonder zonnestroom – wel beslag legt op de kabelcapaciteit, maar er slechts ten dele gebruik van maakt. Zonder nieuwe infrastructuur ontstaat dan de netcongestie die we nu zien.

Wanneer komt netcongestie het meeste voor?

Dagpatroon en seizoensverschillen in één overzicht

Netcongestie ontstaat wanneer veel aanbod of veel vraag samenvalt met een beperkte transportcapaciteit. Daardoor is congestie sterk afhankelijk van het tijdstip van de dag en van het seizoen.

1) Productie-gedreven congestie (zon en wind)

± 11:00–15:00 teruglevercongestie
  • Komt vaak voor rond het middaguur door gelijktijdige PV-productie.
  • Typisch in gebieden met veel daken en zonneparken en relatief weinig lokale afname.
  • Maar ok de productie van windenergie die de vraag ruim overtreft is regelmatig een probleem.

2) Vraag-gedreven congestie (verbruikspieken)

± 07:00–09:00 ± 17:00–20:00 afnamecongestie
  • Pieken in ochtend en avond door gelijktijdig gebruik (koken, verlichting, industrie).
  • Wordt sterker met warmtepompen en EV-laden als die samenvallen in dezelfde uren.
  • Datacentrers zijn nieuwkomers met een aanzienlijke vraag. Die locaal netten belast.

Seizoensverschillen

Seizoen Dominante oorzaak Typische momenten
Zomer Overproductie door zon (PV) Middag, vooral 11:00–15:00
Lente / Herfst Mix van zon én vraag (afhankelijk van weer en temperatuur) Middag én avond (kan beide kanten op)
Winter Hoge vraag (verwarming, verlichting, industrie); weinig zon Ochtend en avond, vooral 07:00–09:00 en 17:00–20:00

Belangrijk: congestie is vaak een piekverschijnsel. De kabel of trafo kan gemiddeld nog best “ruimte” hebben, maar toch op specifieke uren in de knel komen. Dat is precies waarom dag- en seizoensprofielen zo bepalend zijn.
Wat voorst opvalt is dat de stroomafname van huishoudens en industrie de afgelopen 5 jaar fluctueert maar niet is gestegen;- en nu nog onder de 120 tWh zoals in 2020 is gemeten.
Hieronder zijn de kerngegevens voor stroomafname (verbruik) in Nederland, gebaseerd op CBS-data en gerelateerde energieanalyses (2018-2025): Een algemene richtlijn voor de totale vraag is circa 120.000 GWh (120 TWh) per jaar.

  • Verbruik 2022: Volgens CBS-cijfers verbruikte Nederland 374 PJ aan elektriciteit, oftewel ongeveer 104 miljard kWh.
  • Ontwikkeling Datacenters (2024-2025): In 2024 verbruikten datacenters 5100 GWh, wat 4,6% van het totale elektriciteitsverbruik in Nederland was.
  • Hernieuwbare Aandeel (2025): In de eerste helft van 2025 kwam 48% van de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen, met uitschieters naar 59% in het tweede kwartaal.

  • Stroomverbruik Nederland

    Congestiebronnen en verbruik

    Warmtepompen, elektrisch laden en datacentra in perspectief

    Warmtepompen hebben voor Nederlandse huizen een gemiddeld thermisch vermogen van 4,5 kW. Het opgenomen elektrisch vermogen is circa 1 kW (vergelijkbaar met een flinke stofzuiger).

    Per 1 januari 2026 zijn er circa 3.000.000 warmtepompen. Bij een opgenomen vermogen van 1 kW vraagt dat samen circa 3.000.000 kW (3 GW).

    Elektrische auto’s moeten worden opgeladen. Per 1 januari 2026 waren dat er circa 680.000. Opladers vragen 5–10 kW. Uitgaande van 7,5 kW gaat het om circa 5.100.000 kW (5,1 GW).

    Overzicht nieuwe verbruikers (2025)

    Verbruikers Aantal Vermogen (kW) Uren/jaar Totaal vermogen (kW) Netbelasting
    (100% gelijktijdig)
    Verbruik/jaar (kWh) % landelijk verbruik
    Beschikbaar centraal vermogen in Nederland 21 GW 21.000.000 120.000.000.000
    Warmtepompen 3.000.000 1 4.500 3.000.000 14,3% 13.500.000.000 11%
    Elektrische auto’s opladen 680.000 7,5 173 5.100.000 24,3% 884.000.000 1%
    Datacentra 8.760 684.932 6.7% 6.000.000.000 5%

    Let op: “Netbelasting” is hier weergegeven bij 100% gelijktijdigheid.

    Categorie 2025 2030 Eenheid / toelichting
    Zonne-energie (PV) 25 27 GWp (piekvermogen)
    Windenergie (land + zee) 15 125 GW (Plannen Ministerie Klimaat)
    Kernenergie 0,5 0,5 GW
    Overig (regelbaar/aanvullend 20-20) —? —? GW (range; “aanvulling variabele groene stroom”)
    Piek stroom (som) 40,5 152,5 GW
    Net geschikt voor 23 ?? GW (transportcapaciteit)

    Net congestie als gevolg van zon en wind is zonneklaar indien het hard waait en de zon schijnt. Reeds nu moeten er forse curtail maatregelen woden genomen. (Bron CBS)