Hybride warmtepomp – K-waardemodel v3.30.22X

Weersafhankelijke aanvoertemperatuur, COP & KNMI-uurdata (directe API)

Solar met eigen verbruik

Keuze uit twee opties voor de bron van de warmtepomp: lucht of water.

Geproduceerd door Walraven Innovation Management

– 0653 122 571 – walraveninnovation@mac.com

Deze module is een professioneel instrument dat de complexe interacties tussen gebouw, klimaat en CV-/warmtepompsysteem modelleert voor realistische jaarlijkse prestatieschattingen.

  1. De module geeft de mogelijkheid te kiezen tussen lucht of water als bron. Maak die keuze in de sectie Bron (grondwater / bodemlus).
    De bodemlus verticaal is uitgewerkt dus als je voor water kiest, vink die aan in de drop-down lijst.
    De module rekent voor een bron het aantal metrers uit. Per meter kost een bron circa €60. De bron investerering is standaard nul, maar deze met je dus invullen.
  2. De zoninstraling in huis heeft een relatie met het glasoppervlak (m2). Meet je bijvoorbeeld 10 m2 glas, vul dan 10 kW in als maximale zontoetreding.
  3. Het gemeten gasverbruik (m3) wordt gecorrigeerd op basis van het aantal bewoners. Deze correctie is bedoeld voor douchen, warmwatergebruik en koken.
  4. Vul je gasverbruik in; dit wordt automatisch omgerekend naar de warmtevraag van de woning.
  5. Kies een KNMI-weerstation en jaar en klik op “Haal data op”, of upload handmatig een databestand.
  6. Druk op Bereken jaarprofiel om de output te genereren. Door op Kalibreren te klikken wordt de juiste K-waarde bepaald (standaard preset: 300 W/m2). Klik daarna opnieuw op Bereken jaarprofiel om de nieuwe waarde toe te passen.
  7. Voor de investering vul je drie bedragen in:
    • Warmtepomp lijstprijs
    • Installatiekosten
    • Subsidie
    De module berekent automatisch de netto investering = lijstprijs + installatie − subsidie.
  8. Er kunnen extra kosten optreden wanneer het elektrisch vermogen van de warmtepomp te groot is voor de beschikbare aansluiting. Het elektrisch vermogen wordt bepaald door het thermisch vermogen te delen door de COP.
    Als is een 16 amopere zekering voldoende voor het vermogen 1 tot 2 kW

    Een 3×25A-aansluiting (driefase) kan maximaal ongeveer 17,25 kW leveren. In Nederland geldt hierbij:
    • 230 V per fase
    • 400 V tussen de fasen
    De vermogensberekening gebeurt met 400 V:

    Vermogen (kW) = √3 × spanning (V) × stroom (A) ÷ 1000
    • √3 ≈ 1,73
    • Spanning = 400 V
    • Stroom = 25 A
    Resultaat: 1,73 × 400 × 25 ÷ 1000 ≈ 17,3 kW

    Praktische richtlijn
    • Theoretisch maximum: ±17,3 kW
    • Praktisch beschikbaar: ±15–16 kW (gelijktijdigheid en veiligheidsmarges). Dit is doorgaans voldoende voor:
      • Warmtepomp (thermisch 4 - 10 kW) ± 1–2,5 kW elektrisch
      • Inductiekoken: ±7,4 kW
      • EV-laden: tot ±11 kW (met goede faseverdeling)
      • Normaal huishoudelijk gebruik: 4–6 kW
  9. Het model is nu klaar om te variëren met de parameters. Druk na iedere wijziging opnieuw op Bereken jaarprofiel.
  10. Officiële KNMI-downloadpagina voor uurdata:
    🔗 https://www.daggegevens.knmi.nl/klimatologie/uurgegevens
  11. Graaddagen-calculator
    Graaddag × 24 = graaduur
    Per dag/periode, keuze uit alle weerstations
  12. Subsidie wijzer van Remeha
    Meldcode en uiteg procedure
    Begeleiding € 35 per anvraag

1. NAW-gegevens & systeem

Gebruik dit alleen wanneer je een andere klant wilt invoeren.

Systeem & gebouw

Typisch 200–600 W/K, hoger = slechter geïsoleerd.

Gasverbruik (totaal) & correctie SWW/koken

Gas voor ruimteverwarming wordt automatisch afgeleid uit totaal gas minus koken en warm water.
Afgeleid gas voor ruimteverwarming = totaal − koken − personen × (douchen + warm water).
Afgeleid ruimteverwarming gas: m³/jaar

2. Warmtepomp & COP

Investering warmtepomp

Netto investering = lijstprijs + installatie − subsidie.
Onderhoud wordt berekend als percentage van de bruto investering (lijstprijs + installatie + bronkosten), dus vóór subsidie.
Parameter voor onderhoud/levensduur (wordt nu niet gebruikt in de kostenuitvoer).

Bron (grondwater / bodemlus)

Bij bron ≠ lucht wordt deze temperatuur gebruikt als koude bron voor COP.

Investering bron

Bijv. boren, aanleg, vergunningen, etc. (apart zichtbaar naast WP-investering).

1) Kosten bron (indicatief)

Hieronder een rekenvoorbeeld om inzicht te geven in de orde van grootte. Vul altijd je eigen offerte-/projectkosten in bij Bronkosten.

Voorbeeld: verticale bodemlus (bodem_vert), 120 m totaal, € 70/m all-in → bronkosten ≈ 120 × 70 = € 8.400.

Als je met een richtwaarde werkt, kun je ook vanuit de benodigde meters (m) en een prijs per meter rekenen:

Bronkosten = meters × prijs_per_meter
Bijv. 160 m × € 65/m = € 10.400

2) Bronpompvermogen (hoe kom je tot een invoer)

Het model gebruikt Bronpomp vermogen (W) om het extra elektriciteitsverbruik te bepalen. Dit is het elektrische pompvermogen (niet het thermische vermogen).

Vuistregel: neem het pompvermogen uit datasheet of uit het opgenomen elektrische vermogen van de bronpomp. Vaak ligt dit grofweg tussen 50–300 W bij woningen.

Een eenvoudige benadering als je alleen debiet & opvoerhoogte kent:

P_el ≈ (ρ · g · Q · H) / (η_pomp)
waar:
ρ = 1000 kg/m³, g = 9,81 m/s²
Q = debiet (m³/s)  [1 m³/h = 0,0002778 m³/s]
H = opvoerhoogte (m)
η_pomp = pomp + motor rendement (bv. 0,35–0,55)
Voorbeeld: Q = 1,0 m³/h (= 0,000278 m³/s), H = 8 m, η = 0,45 → P_el ≈ (1000×9,81×0,000278×8)/0,45 ≈ 48 W.

Praktische situatie – 4,5 kW warmtepomp

Verticale bodemlus 1 × 80 m, leiding PE 32/40, 30% glycol, ontwerp ΔT bron = 3 K.

1. Benodigd debiet

Voor een thermisch vermogen van 4,5 kW en een temperatuurverschil van 3 K aan de bronzijde (30% glycol):

  • ≈ 1,4 m³/h
  • ≈ 0,39 L/s
2. Drukverlies / opvoerhoogte

Door toepassing van een U-lus bedraagt de effectieve stromingslengte circa 160 m (heen + terug), exclusief verdeler, appendages en interne warmtewisselaar van de warmtepomp.

Door de hogere viscositeit van 30% glycol is een realistische totale opvoerhoogte:

  • ≈ 15 – 22 m
3. Elektrisch vermogen bronpomp

Bij bovengenoemd debiet en opvoerhoogte, met een moderne ECM-circulatiepomp (bijv. Wilo of Grundfos), resulteert dit in:

  • Meest realistisch:200 W
  • Bandbreedte:160 – 260 W
Ontwerpwaarde voor het model
  • 200 W → goede, realistische ontwerpwaarde
  • 230 W → conservatief (zeker niet te laag)

Indicatieve dimensionering

Richtwaarde: 25–40 W/m.
Afgeleid uit nominaal WP-vermogen en W/m.
Als het vinkje aanstaat wordt automatische Carnot-calibratie hieruit het 2e-wet rendement (η) afgeleid en wordt het elektrische max. vermogen berekend als Pel,max=Qmax/COP.
Bij vinkje uit kun je zelf de warmtepomp parameters invoeren.
Afgeleid: Pel,max kW, η
Alleen gebruikt als automatische Carnot-calibratie uit staat.
Alleen gebruikt als automatische Carnot-calibratie uit staat.

Weersafhankelijke aanvoertemperatuur

In installateurmodus is de ontwerpbuitentemperatuur vast op −10 °C gezet (praktijk/ontwerppunt).

Ventilatie, infiltratie & wind

Benadering: woonoppervlak × gemiddelde hoogte.
Typisch 0,2–0,8 afhankelijk van ventilatie en luchtdichtheid.
Hoe hoger, hoe meer infiltratie door wind. Startwaarde 0,03–0,10.
Onder vref geen extra windinfiltratie.
Woning: 0,02–0,05 · lichte bouw/glas: 0,06–0,12
Vinkt u dit uit, dan werkt wind alleen via ventilatie/infiltratie.
Vermenigvuldigt de windgedreven infiltratie.
Aangevinkt = wind wordt meegenomen via KNMI (FH). Uitgevinkt = geen windinvloed.

Stooklijn principe

De aanvoertemperatuur Tr wordt per uur bepaald uit de buitentemperatuur Tb volgens een stooklijn:

  • Bij de minimum buitentemperatuur van de WP (Tb,min WP) geldt de ontwerp-aanvoertemperatuur.
  • Bij een zachte buitentemperatuur (bijv. 20 °C) geldt de minimale aanvoertemperatuur.
  • Tussen deze punten volgt Tr een stooklijn met een instelbaar referentiepunt (meestal rond 10 °C); daardoor kan er een lichte knik ontstaan.

Invloed op COP

De COP (Coefficient of Performance) van de warmtepomp wordt sterk beïnvloed door de aanvoertemperatuur:

  • Hogere Tr → groter temperatuurverschil aan de condensorzijde → lagere COP.
  • Lagere Tr → kleinere ΔT → hogere COP, mits het afgiftesysteem dat toelaat.

Stooklijn types

Er zijn twee modi beschikbaar:

  1. Gebruikersmodus (standaard): Eén rechte lijn tussen de ontwerptemperatuur bij koude en de minimale temperatuur bij zacht weer.
  2. Installateurmodus: Twee segmenten via een referentiepunt, wat een knik in de stooklijn mogelijk maakt voor optimale afstelling.

Praktische implicaties

Een goed ingestelde stooklijn kan het jaarlijks energieverbruik aanzienlijk reduceren:

  • Bij lagere buitentemperaturen: voldoende hoge aanvoertemperatuur voor comfort
  • Bij mildere temperaturen: zo laag mogelijke aanvoertemperatuur voor maximale COP
  • De stooklijn moet afgestemd worden op het afgiftesysteem (vloerverwarming, radiatoren, convectoren)

Tip: Gebruik de installateurmodus voor nauwkeurige afstelling door een professional.

3. Comfort & prijzen

Comfort

Prijzen & zon

Alleen gebruikt voor PV-teruglevering (zonnestroom).

Zonnestroom (PV)

Vul 0 in om PV uit te schakelen.
Optioneel. Als ingevuld, schaalt het model het PV-profiel naar deze jaaropbrengst.
Alleen gebruikt als er geen gemeten jaaropbrengst is ingevuld.
Gemiddelde default. Wordt vlak verdeeld over het jaar (8760 uur) en gebruikt voor PV-eigenverbruik.
Uitgangspunt: zonnestroom verlaagt de inkoop van WP-elektriciteit; teruglevering tegen terugleververgoeding.
Wordt opgeteld bij de hybride jaarkosten (optioneel).

Deze instelling bepaalt hoe snel KNMI-instraling leidt tot bruikbaar zonvermogen per uur. Lager = sneller effect (optimistisch), hoger = trager effect (conservatiever). De totale jaarinstraling verandert niet; alleen de verdeling over de uren.

Optimistisch 250 J/cm² Conservatief

4. KNMI-weerdata (Direct ophalen of uploaden)

Haal direct data op van KNMI stations of upload een bestand met T (0,1 °C), Q (J/cm²) FH (m/s).

Direct KNMI-data ophalen

Haal direct uurgegevens op van het KNMI.

Of upload handmatig

KNMI uurgegevens met T (temp), Q (zon) en FH (wind) kolommen
Kies een station of upload een bestand

Uitleg & aannames

Warmtevraag (Qd)

Qd = K × (Tbinnen − Tbuiten)  [kW]

Warmtepomp

Tr  = constante afgiftetemperatuur
COP  = COPCarnot × ηsysteem
Qhp = min(Qd, Qnominaal)
Ehp = Qhp / COP
      

Carnot-COP

COPCarnot = Th / (Th − Tc)

Hierbij zijn Th (condensortemperatuur) en Tc (verdampertemperatuur) uitgedrukt in Kelvin. De theoretische Carnot-COP geeft het maximaal mogelijke rendement van de warmtepomp; de werkelijke COP wordt bepaald door vermenigvuldiging met het systeemrendement η (meestal tussen 0,3 en 0,6).

De temperatuurverschillen over verdamper en condensor (ΔTverd en ΔTcond) beïnvloeden de efficiëntie sterk: hoe kleiner deze ΔT's, hoe hoger het rendement.

CV-ketel

Qcv = Qd − Qhp
Gasverbruik = Qcv / (ηcv × 8,8 kWh/m³)
      

1. Begrippen en grootheden

In dit model worden de prestaties van de warmtepomp beschreven aan de hand van fundamentele thermodynamische relaties. De volgende grootheden worden gebruikt:

  • COP – Coefficient of Performance: verhouding tussen geleverde warmte en opgenomen elektriciteit
  • COPCarnot – theoretisch maximaal haalbare COP volgens de tweede hoofdwet
  • η – systeemrendement ten opzichte van de Carnot-grens
  • Qth – geleverd thermisch vermogen door de warmtepomp (kW)
  • Pel – elektrisch opgenomen vermogen van de warmtepomp (kW)

2. Theoretisch maximum: Carnot-warmtepomp

Elke warmtepomp werkt tussen een koude bron en een warm afgiftesysteem. Volgens de tweede hoofdwet van de thermodynamica bestaat er een absoluut maximum voor het rendement van dit proces. Dit maximum wordt gegeven door de Carnot-warmtepomp:

COPCarnot = Th / (Th − Tc)
  

Hierbij zijn:

  • Th – absolute temperatuur van de warme zijde (condensor) in Kelvin
  • Tc – absolute temperatuur van de koude zijde (verdamper) in Kelvin

De temperaturen worden altijd uitgedrukt in Kelvin (K). De Carnot-COP is een theoretisch maximum en kan in de praktijk niet volledig worden bereikt.

3. Voorbeeld: 7 °C buiten / 35 °C aanvoer

Voor een typische lucht/water-warmtepomp bij nominale condities geldt:

  • Aanvoertemperatuur: 35 °C → Th ≈ 308 K
  • Buitentemperatuur: 7 °C → Tc ≈ 280 K

De Carnot-COP bedraagt dan:

COPCarnot = 308 / (308 − 280) ≈ 11,0
  

Dit betekent dat een ideale, verliesloze warmtepomp bij deze temperaturen maximaal circa 11 kW warmte kan leveren per 1 kW elektrisch vermogen.

4. Werkelijke COP en systeemrendement η

In de praktijk treden onvermijdelijke verliezen op, onder andere door:

  • temperatuurverschillen over verdamper en condensor (ΔT)
  • compressor- en motorverliezen
  • drukverliezen in het koudemiddelcircuit
  • elektrisch verbruik van ventilatoren en pompen
  • regel- en deellastverliezen

Daarom wordt de werkelijke COP gemodelleerd als een fractie van de Carnot-COP:

COPwerkelijk = η × COPCarnot
  

De factor η (eta) is het systeemrendement ten opzichte van het theoretische Carnot-maximum.

Als de datasheet-COP bij 7/35-condities bijvoorbeeld 4,5 bedraagt, volgt:

η = COPwerkelijk / COPCarnot
η ≈ 4,5 / 11,0 ≈ 0,41
  

Dit betekent dat de warmtepomp in de praktijk ongeveer 41 % van het theoretisch maximaal haalbare Carnot-rendement benut. Dit is een realistische waarde voor moderne lucht/water-warmtepompen.

5. Afleiding van het elektrisch vermogen Pel,max

De definitie van de COP luidt:

COP = Qth / Pel
  

Hieruit volgt direct:

Pel = Qth / COP
  

Bij een nominaal thermisch vermogen van bijvoorbeeld:

Qth,max = 4,0 kW
  

en een werkelijke COP van 4,5 geldt:

Pel,max = 4,0 / 4,5 ≈ 0,89 kW
  

Dit verklaart de in het model weergegeven waarde:

Afgeleid: Pel,max ≈ 0,89 kW

6. Fysische interpretatie

Het elektrisch vermogen van de warmtepomp is dus geen vrije invoer, maar volgt rechtstreeks uit:

  • het gevraagde thermische vermogen
  • de temperatuurverhouding tussen bron en afgifte
  • het systeemrendement ten opzichte van Carnot

Hoe kleiner het temperatuurverschil tussen bron en afgiftesysteem, hoe hoger de Carnot-COP en hoe lager het benodigde elektrische vermogen. Dit verklaart waarom lage aanvoertemperaturen essentieel zijn voor een hoge seizoensprestatie (SCOP).

Invloed van wind op warmteverlies

De verhoogde warmtevraag bij hogere windsnelheden wordt benaderd door een effectieve warmteverliescoëfficiënt te definiëren:

Keff = K × (1 + cwind × (v − vref))

Waarbij:

  • K: oorspronkelijke warmteverliescoëfficiënt van de woning [kW/K]
  • v: actuele windsnelheid [m/s]
  • vref: referentiewindsnelheid [m/s], typisch 3–4 m/s
  • cwind: gevoeligheidsfactor voor wind [1/(m/s)]

Interpretatie van cwind

De parameter cwind geeft aan hoeveel het warmteverlies toeneemt per extra m/s wind boven de referentie. Een waarde van 0,04 betekent een stijging van 4 % in warmteverlies per m/s boven vref.

Situatie Typische cwind
Passiefhuis of zeer luchtdicht gebouw0,01 – 0,02
Gemiddelde vrijstaande woning0,03 – 0,05
Oud, matig geïsoleerd gebouw0,06 – 0,08
Slechte isolatie, veel kieren≥ 0,10

Voorbeeldberekening

Stel: K = 3 kW/K, vref = 3 m/s en cwind = 0,04. Bij v = 8 m/s geldt:

Keff = 3 × (1 + 0,04 × (8 − 3)) = 3 × 1,2 = 3,6 kW/K

De effectieve K-waarde neemt toe met 20 %, wat resulteert in een evenredige toename van de warmtevraag bij gelijkblijvend temperatuurverschil.

  • De K-waarde wordt verondersteld constant over alle uren.
  • Interne warmtelasten en warmteterugwinning (WTW) zijn niet inbegrepen.
  • De warmtepomp levert enkel verwarming (geen actieve koeling).
  • De cv-ketel kan binnen een uur onbeperkt bijspringen.
  • Zoninstraling verlaagt de warmtevraag, maar de basisvraag blijft K × ΔT.

1. Referentie-instraling en zoninbreng

De KNMI-variabele Q (J/cm² per uur) dient als maat voor zoninstraling. De parameter Qref geeft de jaarlijkse referentie-instraling weer; tijdens het stookseizoen wordt slechts een deel daarvan benut.

De directe zonbijdrage wordt begrensd door:

  • Maximaal zonvermogen [kW]: de maximale hoeveelheid zonne-energie die via ramen de woning binnentreedt. De uurwaarde wordt bepaald aan de hand van KNMI-stralingsdata, genormaliseerd t.o.v. het jaarmaximum.
  • Actuele warmtevraag (Qs = K × ΔT): indien de zoninstraling groter is dan Qs, leveren cv en warmtepomp geen vermogen.

2. Berekening in graaduren

De module houdt de som bij van (Ti − Tb) over alle uren. Deze som komt overeen met het aantal graaduren van het stookseizoen en wordt intern gebruikt voor schatting van K op basis van gemeten gasverbruik. De graaduren worden berekend met de uurgevens van het KNMI.
Officiële KNMI-downloadpagina voor uurdata:
🔗 https://www.daggegevens.knmi.nl/klimatologie/uurgegevens

3. Invloed van wind en temperatuurdata

De module gebruikt KNMI-uurdata voor temperatuur en wind. Extra infiltratieverliezen worden deels impliciet meegenomen via deze data, maar niet als afzonderlijke parameter. In praktijk wordt vaak een opslagfactor van 1,1–1,4 × toegepast op het berekende vermogen.

4. Afgifte en invloed op COP

De COP van de warmtepomp hangt sterk af van de aanvoer- en retourtemperatuur van het cv-water. Hoe kleiner het temperatuurverschil, hoe hoger het rendement. De parameter "Ontwerp-aanvoertemperatuur cv-water" bepaalt dit gedrag. Een goed ontworpen afgiftesysteem (lage retourtemperatuur) verhoogt de SCOP.

5. Definitie SCOP

De SCOP (Seasonal Coefficient of Performance) is de verhouding tussen de totale geleverde warmte en het totale elektriciteitsverbruik tijdens het stookseizoen. De gemiddelde COP uit de module komt hiermee overeen.

6. Indicatieve kostprijs warmtepomp

Richtwaarde: €1200–2000 per kW geïnstalleerd vermogen (excl. subsidie, afhankelijk van merk en type). In Nederland kan via de ISDE-regeling subsidie worden verkregen: RVO – ISDE Warmtepompen .

Betekenis van de K-waarde

De K-waarde is de globale warmteverliescoëfficiënt van een gebouw, uitgedrukt in W/K. Ze geeft aan hoeveel warmte per graad temperatuurverschil tussen binnen en buiten verloren gaat. Hoe lager de K-waarde, hoe beter de isolatie van het gebouw.

Berekening van het verwarmingsvermogen

Pcv = K × ΔT

Met K in W/K en ΔT het temperatuurverschil in Kelvin (K). Vaak wordt gerekend met ΔT = 30 K (20 °C binnen, −10 °C buiten).

Voorbeeld

Voor een woning met K = 180 W/K en ΔT = 30 K geldt:

P = 180 × 30 = 5400 W = 5,4 kW
Met 20 % marge → 6,5 kW

Correctie voor ventilatie en infiltratie

Naast geleiding door muren, ramen en dak treedt warmteverlies op door luchtverversing. Deze verliezen worden als opslagfactor op de K-waarde toegepast:

Luchtdichtheid / ventilatieniveau Extra warmteverlies
Slecht luchtdicht (oud)+25–40 %
Gemiddeld (renovatie)+15–25 %
Goed luchtdicht (nieuwbouw)+10–15 %
Passiefhuis< 10 %
Gebruik in de praktijk een factor van 1,1–1,4 op het berekende vermogen om ventilatieverliezen mee te nemen.

Opslag voor sanitair warm water

Indien de cv-installatie ook sanitair warm water (SWW) levert, moet extra vermogen worden voorzien.

  • Combi-ketel: totaalvermogen 20–25 kW om voldoende tapwater te garanderen.
  • Ketel + boiler: ketelvermogen volgens berekening (bv. 6,5 kW) met boiler van 100–200 L.
  • Warmtepomp: met geïntegreerde of externe boiler; tijdelijk extra vermogen nodig.

Voor een gemiddeld huishouden van twee personen bedraagt het totale jaarlijkse gasverbruik voor warm water circa 500 m³.

Voorzie doorgaans 1,5–2 × het vermogen voor ruimteverwarming als de installatie ook SWW produceert.

Richtwaarden

Type woning K-waarde (W/K) Cv-vermogen bij ΔT = 30 K
Oude vrijstaande woning60018 kW
Oude rijwoning35010,5 kW
Nieuwbouw (K35)1504,5 kW
Lage-energiewoning902,7 kW
Passiefhuis501,5 kW

Managementsamenvatting

Op basis van de ingevoerde woningkenmerken, het gekozen KNMI-weerjaar en de systeeminstellingen is het jaarlijkse verwarmingsprofiel berekend. De warmtepomp levert hierbij een substantieel deel van de warmtevraag, terwijl de cv-ketel uitsluitend bijspringt tijdens piekbelasting.

Conclusie

5. Resultaten & grafieken

COP / Carnot-COP

Stooklijn: aanvoertemperatuur versus buitentemperatuur

WP-vermogen als functie van buitentemperatuur en aanvoertemperatuur

Heatmap van het beschikbare warmtepompvermogen (kW) als functie van Tb (x-as) en Tr (y-as), volgens de ingestelde COP- en uitschakelgrenzen.

Jaarduurcurve warmtevraag & bronnen

Warmtevraag per buitentemperatuurklasse

Kostenvergelijking per buitentemperatuurklasse (WP vs gas)

Deze grafiek vergelijkt de kosten van verwarmen met een warmtepomp (WP) en een cv-ketel op gas per buitentemperatuurklasse. Positieve waarden betekenen dat de warmtepomp goedkoper is dan gas. Het grootste kostenvoordeel treedt op bij lage tot gematigde buitentemperaturen, waar de warmtepomp veel draaiuren maakt met een gunstige COP. Bij zachte temperaturen neemt het verschil af, omdat de warmtevraag gering is.

Klasse (°C) Uren WP-warmte (kWh) CV-warmte (kWh) Stroom WP (kWh) Gas hybride (m³) Kosten hybride (€) Kosten CV-only (€) Verschil (€)
PDF wordt gegenereerd...